werkzame basisartsen in Nederland in 2025 volgens het Capaciteitsorgaan.
Vier cijfers die vaak onterecht worden samengevoegd
Het BIG-register rapporteerde per 1 juli 2026 in totaal 82.686 artsenregistraties, waarvan 4.648 op basis van een buitenlands diploma. Dit is een registerstand en niet hetzelfde als het aantal artsen dat op dat moment in Nederland in een specifieke functie of omvang werkt.
Het Capaciteitsorgaan schat voor 2025 ongeveer 24.330 werkzame basisartsen. Iets minder dan de helft van deze groep is in opleiding tot specialist of arts KNMG. Een afzonderlijke raming noemt 30.321 geregistreerde medisch specialisten per 1 januari 2025. Deze populaties overlappen in loopbaan en registratie, maar beantwoorden verschillende vragen.
Waar werken basisartsen?
Volgens het kernrapport werkt ongeveer drie vijfde van de basisartsen in de medisch-specialistische zorg, inclusief psychiatrie en ggz. Ongeveer een zesde werkt in het cluster huisartsgeneeskunde, ouderengeneeskunde, arts VG en verslavingsgeneeskunde. Nog ongeveer een zesde werkt in de sociale geneeskunde. Een klein deel werkt buiten zorg en welzijn.
De verhouding tussen aiossen en aniossen verschilt sterk per cluster. Een generiek wervingsplan voor 'basisartsen' mist daardoor belangrijke verschillen in loopbaanperspectief, opleidingskansen, werkpatroon en mobiliteit.
De vraag groeit minder hard, maar verdwijnt niet
Het Capaciteitsplan 2027-2030 verwacht dat de vraag naar medisch specialisten met 0,75 procent per jaar groeit. Dat is lager dan in eerdere ramingen. Tegelijk adviseert het Capaciteitsorgaan 1.320 opleidingsplaatsen per jaar voor 2027, 2028 en 2029.
De raming noemt vervangingsvraag, pensionering, vroegtijdige uitstroom en dalende werkuren als factoren. Daarnaast verschillen groei en instroomadvies per specialisme. De uitkomst is dus geen simpele boodschap dat er overal evenveel tekort of overschot bestaat.
Regionale en organisatorische schaarste
Het Capaciteitsorgaan signaleert dat tekorten bij medisch specialisten vooral in perifere regio's spelen, terwijl tekorten in sommige aanpalende beroepen juist sterk in de Randstad kunnen optreden. Ook meerdere kleine aanstellingen en dubbele aanstellingen veroorzaken overdracht en frictie.
Voor een organisatie is daarom niet alleen het aantal artsen relevant, maar ook de beschikbare uren, gewenste contractomvang, reistijd, dienstenbelasting, opleidingsstatus en samenstelling van het omliggende team.
Vertaal macrodata naar vijf lokale vragen
Gebruik landelijke ramingen om scenario's te maken, niet om de lokale werkelijkheid te overschrijven. Combineer externe data met eigen doorlooptijd van vacatures, afwijzingsredenen, roosterdruk, verloop en inzet per contractvorm.
- Welke functies en registraties zijn per locatie werkelijk nodig?
- Hoeveel fte is beschikbaar na diensten, opleiding, verlof en niet-patiëntgebonden tijd?
- Welke uitstroom is de komende drie tot vijf jaar waarschijnlijk en waarom?
- Welke opleidings- en ontwikkelpaden maken de organisatie aantrekkelijk voor de relevante artsengroep?
- Welke taken kunnen verantwoord anders worden georganiseerd zonder een tekort alleen te verschuiven?
De juiste conclusie
Nederland heeft niet één arbeidsmarkt voor artsen. Er zijn deelmarkten per specialisme, loopbaanfase, regio en organisatievorm. Wie die verschillen zichtbaar maakt, kan gerichter opleiden, werven en behouden en voorkomt dat één groot landelijk getal als verklaring voor ieder lokaal probleem wordt gebruikt.
Bronnen
Gebruikte bronnen
De links verwijzen naar de geraadpleegde bron. Controleer bij toepassing altijd of wet, regeling, registerinformatie of beleidsdocument inmiddels is gewijzigd.