De bandbreedte van een geïntensiveerd begeleidingstraject volgens het Kaderbesluit CGS.
Start vanuit een formeel opleidingsbesluit
Artikel F.9 van het Kaderbesluit CGS bepaalt dat de opleider kan besluiten tot een geïntensiveerd begeleidingstraject naar aanleiding van een voortgangsgesprek, jaarlijkse geschiktheidsbeoordeling of eindbeoordeling. De opleider stelt de aios tijdens dat gesprek of die beoordeling op de hoogte, legt het besluit schriftelijk vast en wijst op de geschillenprocedure.
Behandel het traject daarom niet als een informele coachingafspraak van de werkgever. Benoem de opleider als eigenaar van het opleidingsbesluit en leg daarnaast vast welke organisatorische functionaris rooster, capaciteit en toegang regelt. Zo blijven opleidingsbeoordeling en werkgeversproces onderscheiden, terwijl ze praktisch wel op elkaar aansluiten.
Vertaal doelen naar observeerbaar werk
Het Kaderbesluit verlangt dat het individuele opleidingsplan wordt aangepast met de doelen, voorwaarden, termijn en wijze van beoordeling. Formuleer daarom per ontwikkeldoel in welke werkzaamheden het zichtbaar kan worden, wie observeert en wanneer feedback volgt. Een doel als 'betere communicatie' zonder context of beoordelingsmoment is niet planbaar.
Kies situaties die passen bij het opleidingsniveau en de patiëntveiligheid. Spreid observaties zo nodig over poli, afdeling, dienst of multidisciplinair overleg. Het traject is geen toestemming om de aios buiten het eigen bekwaamheidsniveau te laten werken; dagelijkse supervisie en escalatie blijven gelden.
- concreet ontwikkeldoel en gewenst gedrag;
- passende werk- of leersituatie;
- benoemde observator en vervanger;
- moment en vorm van feedback;
- bewijs in het formele opleidingsportfolio.
Maak begeleiding zichtbaar in het rooster
Reserveer tijd voor voorbereiding, directe observatie, feedback en voortgangsgesprekken. Voeg die tijd niet boven op een ongewijzigde productie- of dienstenlast. Controleer per week of de aangewezen begeleider werkelijk tegelijk beschikbaar is en of diens eigen taken ruimte laten voor begeleiding.
De planner hoeft niet te weten waarom een bepaald ontwikkeldoel geldt. Gebruik in het rooster een neutrale status voor beschermd opleidings- of supervisietijd. Beoordelingsinhoud, persoonlijke omstandigheden en feedback blijven in de beperkte opleidingsroute en het daarvoor bedoelde portfolio.
Informeer de RGS en bewaak het opleidingsschema
Volgens het Kaderbesluit brengt de opleider de RGS schriftelijk op de hoogte van het besluit. De KNMG-flyer voor opleiders noemt daarnaast het aangepaste plan en opleidingsschema. Wijs één eigenaar aan voor verzending, ontvangstbevestiging en eventuele vervolgvragen, zodat een mondeling voornemen niet ten onrechte als afgeronde melding wordt behandeld.
Een traject duurt ten minste drie en ten hoogste zes maanden. Het kan leiden tot verlenging van de opleiding. Plan daarom vroeg welke gevolgen mogelijke verlenging heeft voor rotaties, formatie en financiering, maar presenteer verlenging niet als vooraf vaststaande uitkomst. Het formele oordeel volgt via de opleidingsroute.
Houd feedback, personeelsdossier en patiëntveiligheid uit elkaar
Leg observaties en opleidingsfeedback vast waar de opleidingsregels dat vragen. Kopieer niet automatisch het volledige opleidingsdossier naar HR en zet geen patiëntgegevens in een ontwikkeloverzicht. Voor personele administratie volstaat doorgaans welke tijd, rol of afspraak organisatorisch is belegd.
Een concreet patiëntveiligheidsincident behoudt zijn eigen meld- en beoordelingsroute. Maak duidelijk wie bij acuut risico de inzet aanpast en wie later beoordeelt wat het incident betekent voor het opleidingstraject. Daarmee voorkomt de organisatie dat een GBT incidentanalyse vervangt of andersom.
Plan voortgang en einde vóór de start
Tijdens het traject vindt volgens het Kaderbesluit ten minste één voortgangsgesprek plaats en het traject sluit af met een geschiktheidsbeoordeling. Reserveer die momenten direct bij de start, inclusief voorbereidingstijd en een vervanger voor de opleider. Leg vast welke informatie op elk moment beschikbaar moet zijn.
Controleer tussentijds niet alleen de aios, maar ook de uitvoering van het plan: vonden observaties plaats, was supervisie beschikbaar en werd feedback tijdig gegeven? Herstel een organisatorisch tekort eerst voordat conclusies worden getrokken uit ontbrekend bewijs.
Bronnen
Gebruikte bronnen
De links verwijzen naar de geraadpleegde bron. Controleer bij toepassing altijd of wet, regeling, registerinformatie of beleidsdocument inmiddels is gewijzigd.