Werkgeverschap11 min leestijd

Lijkschouw organiseren: leg behandelend arts, informatie en escalatie vóór de dienst vast

Na ieder overlijden moet een lijkschouw plaatsvinden. De behandelend arts onderzoekt het lichaam en beoordeelt of er overtuiging bestaat dat het overlijden een natuurlijke oorzaak heeft. In avond-, nacht- en weekenddiensten kan een waarnemend arts die rol vervullen, maar alleen wanneer voldoende informatie beschikbaar is voor een eigen professioneel oordeel. Een protocol moet daarom niet alleen aanwijzen wie wordt gebeld, maar ook welke medische voorgeschiedenis bereikbaar is en wanneer twijfel direct naar de gemeentelijk lijkschouwer gaat.

3 besluiten

Wie schouwt, welke informatie beschikbaar is en wanneer wordt geëscaleerd moeten vóór iedere dienst zijn geregeld.

Feit: na ieder overlijden vindt een lijkschouw plaats

De KNMG beschrijft de lijkschouw als het uitwendig onderzoek van het lichaam na overlijden. Daarbij wordt niet alleen het overlijden vastgesteld, maar ook beoordeeld of sprake is van een natuurlijke dood en wordt de identiteit van de overledene gecontroleerd. De behandelend arts verricht de schouw doorgaans; een dienstdoende of waarnemend arts kan in deze context als behandelend arts optreden.

Wie op het rooster staat, bepaalt dus nog niet automatisch dat een verklaring kan worden afgegeven. De arts die schouwt moet zelf voldoende onderzoek kunnen doen en over relevante informatie beschikken. Organiseer daarom per locatie een primaire arts, een vervanger en een bereikbare escalatieroute.

Wettelijke norm: alleen bij overtuiging een verklaring van natuurlijke dood

Artikel 7 van de Wet op de lijkbezorging bepaalt dat de lijkschouwer alleen een verklaring van overlijden afgeeft wanneer die arts overtuigd is dat de dood door een natuurlijke oorzaak is ingetreden. Bij een niet-natuurlijke dood of bij twijfel wordt de gemeentelijk lijkschouwer onverwijld ingeschakeld volgens de wettelijke route.

Een aannemelijke diagnose is niet hetzelfde als overtuiging over de doodsoorzaak. Als informatie ontbreekt, bevindingen niet passen of de omstandigheden vragen oproepen, hoort het proces ruimte te geven om niet te verklaren en direct te overleggen. Druk van familie, planning of uitvaartlogistiek verandert die professionele en wettelijke drempel niet.

De A- en B-formulieren beantwoorden verschillende vragen

Bij overtuiging van een natuurlijke dood geeft de arts de verklaring van overlijden af, vaak aangeduid als het A-formulier. Daarnaast vult de arts de doodsoorzaakverklaring voor het Centraal Bureau voor de Statistiek in, het B-formulier. De KNMG noemt digitale verzending via ZorgDomein of de papieren route.

Kan de arts door ontbrekende gegevens de doodsoorzaakverklaring niet invullen, dan kan volgens de KNMG ook geen A-verklaring worden afgegeven en moet de gemeentelijk lijkschouwer worden ingeschakeld. Behandel beide formulieren daarom niet als los administratief sluitstuk dat later door een andere medewerker kan worden gereconstrueerd.

Een waarnemer heeft een informatiepakket nodig, geen vermoedens

De waarnemend arts kent de patiënt mogelijk niet. Zorg vóór iedere dienst voor gecontroleerde toegang tot de relevante voorgeschiedenis, het recente beloop, medicatie, behandelbeperkingen, omstandigheden van het overlijden en contactgegevens van betrokken zorgverleners. Leg ook vast wie ontbrekende informatie mag aanvullen en hoe de bron wordt geverifieerd.

Een mondelinge samenvatting kan ondersteunen, maar vervangt niet automatisch de eigen beoordeling door de schouwend arts. Noteer welke bronnen zijn geraadpleegd, welke bevindingen zijn gedaan en welk overleg heeft plaatsgevonden. Daarmee blijft de afweging navolgbaar zonder van het dossier een juridisch verdedigingsdocument te maken.

  • identiteit en locatie van de overledene;
  • relevante medische voorgeschiedenis en verwacht beloop;
  • tijdstip, omstandigheden en aanwezigen rond het overlijden;
  • recente interventies, medicatie en mogelijke uitwendige factoren;
  • contactroute naar eigen behandelaar en gemeentelijk lijkschouwer.

Bij minderjarigen geldt altijd overleg met de gemeentelijk lijkschouwer

Artikel 10a van de Wet op de lijkbezorging verlangt dat een arts die een overleden minderjarige heeft geschouwd altijd overlegt met de gemeentelijk lijkschouwer, ook wanneer de arts overtuigd is van een natuurlijke dood. De wet koppelt het afgeven van de verklaring aan de uitkomst van dat overleg.

Maak deze stap onmisbaar in het protocol en in eventuele digitale formulieren. Een algemene volwassenenroute met een optioneel vinkje voor leeftijd is kwetsbaar; leeftijd hoort de overlegstap automatisch zichtbaar te maken zonder de uiteindelijke professionele beoordeling te automatiseren.

Lijkschouw en IGJ-melding zijn twee afzonderlijke routes

De kwalificatie natuurlijke of niet-natuurlijke dood beantwoordt niet automatisch de vraag of een zorgaanbieder een calamiteit aan de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd moet melden. De IGJ beschrijft dat zorgaanbieders calamiteiten zelf rechtstreeks melden, onderzoek doen en patiënt of nabestaanden informeren en betrekken.

Richt daarom na de lijkschouw een aparte kwaliteitsbeoordeling in. Een natuurlijke dood kan nog steeds aanleiding geven om het zorgproces te onderzoeken, terwijl inschakeling van de gemeentelijk lijkschouwer niet automatisch bewijst dat sprake is van een meldplichtige calamiteit. Laat beide routes hun eigen criterium, verantwoordelijke en tijdlijn houden.

Praktijkkeuze: oefen het proces op twijfel en ontbrekende informatie

Test het protocol niet alleen met een verwacht overlijden overdag. Oefen ook een waarnemer zonder volledig dossier, onverwachte uitwendige bevindingen, een overlijden van een minderjarige en een nabestaande die aandringt op snelle afgifte. Controleer of de arts zonder organisatorische drempel kan escaleren.

Evalueer na ieder knelpunt de bereikbaarheid, informatievoorziening en rolverdeling. Pas formulieren of roosters aan wanneer die twijfel verhullen of afgifte suggereren voordat de arts een oordeel heeft gevormd. Zo ondersteunt de organisatie het professionele besluit zonder het over te nemen.

Bronnen

Gebruikte bronnen

De links verwijzen naar de geraadpleegde bron. Controleer bij toepassing altijd of wet, regeling, registerinformatie of beleidsdocument inmiddels is gewijzigd.

  1. LijkschouwKNMG
  2. Wet op de lijkbezorging — artikelen 7 en 10aOverheid.nl
  3. Wat als nabestaanden aandringen op een verklaring van natuurlijke dood?KNMG
  4. Wijziging behandeling verplichte meldingenInspectie Gezondheidszorg en Jeugd