Voor de niet-uitgezonderde artsengroep noemt de overheidsbrochure maximaal 48 uur gemiddeld over 16 weken.
Begin bij de juiste categorie
De overheidsbrochure over de Arbeidstijdenwet noemt als doelgroep voor de specifieke artsenregels onder meer artsen in opleiding, assistent-geneeskundigen die niet of nog niet in opleiding zijn, coassistenten en basisartsen. Voor deze niet-uitgezonderde artsen gelden ook de gewone regels over rust en nachtdiensten, aangevuld met specifieke bepalingen voor diensten.
Dezelfde brochure vermeldt dat de specifieke regels niet gelden voor artsen die als medisch specialist, huisarts, verpleeghuisarts of sociaal geneeskundige geregistreerd zijn. Op hen zijn ook de meeste overige normen van de Arbeidstijdenwet niet van toepassing. Dat maakt functietitel en registratiestatus een noodzakelijke basis voor roosterbeleid.
De getallen voor basisartsen en arts-assistenten
Voor de niet-uitgezonderde groep noemt de brochure een maximale arbeidstijd van 12 uur per dienst, gemiddeld maximaal 48 uur per week over 16 weken en 10 uur arbeid per nachtdienst. Ook gelden de normale regels voor dagelijkse en wekelijkse rust en rust na een reeks nachtdiensten.
Bereikbaarheids- en aanwezigheidsdiensten hebben aanvullende regels. Voor aiossen bestaan bovendien specifieke bepalingen en kunnen collectieve afspraken relevant zijn. Gebruik daarom niet alleen een standaard urenmaximum, maar leg per diensttype vast welke norm en welke cao- of opleidingsafspraak geldt.
Vrijstelling is geen vrijbrief
Dat bepaalde geregistreerde specialisten van veel kwantitatieve normen zijn uitgezonderd, betekent niet dat herstel en veiligheid niet meer tellen. De werkgever houdt verantwoordelijkheden rond veilige arbeidsomstandigheden, en cao- of contractafspraken kunnen grenzen en compensatie bevatten.
Ook professionele verantwoordelijkheid vraagt om een rooster dat vermoeidheid, overdracht en continuïteit serieus neemt. Zet daarom naast juridische naleving ook indicatoren voor feitelijke belasting: gewerkte uren, opgeroepen tijd, opeenvolgende nachten, herstelruimte, uitloop en ruilingen.
Vier lagen in een goed roosterbeleid
Deze vier lagen voorkomen twee tegenovergestelde fouten: iedereen onder hetzelfde roosterregime plaatsen of een uitzondering interpreteren als onbeperkte inzetbaarheid.
- Classificatie: beroep, registratie, opleiding en contractvorm zijn correct vastgelegd.
- Normenkader: wet, besluit, cao, opleidingsplan en lokale regeling zijn per medewerker toepasbaar gemaakt.
- Feitelijke belasting: niet alleen geplande uren, maar ook oproepen, uitloop, opleidingstijd en wijzigingen worden meegenomen.
- Herstel en gesprek: teams bespreken structurele afwijkingen, werk-privébalans en signalen van overbelasting.
Maak afwijkingen zichtbaar
Een rooster is pas bestuurbaar wanneer geplande en werkelijke belasting naast elkaar staan. Laat afwijkingen niet verdwijnen in informele ruilingen of losse bereikbaarheidslijsten. Registreer wie een dienst heeft overgenomen, welke arbeid tijdens de dienst is verricht en welke rust daarna feitelijk mogelijk was.
Gebruik signalering voor gesprek en herstel, niet als automatische juridische conclusie. De context van een dienst, calamiteit of opleidingsactiviteit kan beoordeling vereisen door HR, planner, opleider of arbeidsjurist.
Bronnen
Gebruikte bronnen
De links verwijzen naar de geraadpleegde bron. Controleer bij toepassing altijd of wet, regeling, registerinformatie of beleidsdocument inmiddels is gewijzigd.